header

Heffingsvacuüm door doorstootregeling en partiële buitenlandse belastingplicht

03-03-2026
d5576808-8098-4d1f-805e-586cfb270f6c

Heffingsvacuüm door doorstootregeling en partiële buitenlandse belastingplicht

Een man treedt in dienst als CFO bij een Nederlands bedrijf en verhuist daarvoor naar Nederland. De man komt in aanmerking voor de 30%-regeling. Via zijn dienstverband verkrijgt hij aandelen in een buitenlandse holding. Deze aandelen kwalificeren als een aanmerkelijk belang en vormen indirect een lucratief belang. In 2016 ontvangt hij dividend en in 2018 verkoopt hij de aandelen met een aanzienlijke winst. In zijn aangifte inkomstenbelasting kiest de man voor partiële buitenlandse belastingplicht en de doorstootregeling.

Doorstootregeling 

Als iemand daarvoor kiest, worden de in een kalenderjaar genoten voordelen uit een indirect lucratief belang niet in box 1 belast. Voorwaarde is dat ten minste 95% van die voordelen in het kalenderjaar als inkomen uit aanmerkelijk belang wordt genoten. De inspecteur stelt dat de doorstootregeling niet van toepassing is. Omdat de holding niet in Nederland is gevestigd, is er geen inkomen dat in box 2 belast kan worden. De voordelen moeten daarom in box 1 worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden.

Inkomen uit aanmerkelijk belang 

Het hof oordeelt dat de man terecht de doorstootregeling heeft toegepast. De man heeft dividenden ontvangen en aandelen verkocht. Volgens de grammaticale en wetssystematische uitleg is hiermee voldaan aan het criterium dat inkomen uit aanmerkelijk belang is genoten. De enkele omstandigheid dat dit inkomen door de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht niet in box 2 in Nederland wordt belast, doet hier niets aan af

Heffingsvacuüm

In deze zaak ontstaat een heffingsvacuüm. Dit komt doordat de man, door zijn keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht, in Nederland voor box 2 alleen belastingplichtig is voor binnenlands inkomen. De buitenlandse holding waaruit hij dividenden en verkoopvoordelen ontvangt, valt echter niet onder de Nederlandse belastingplicht in box 2. Tegelijkertijd zorgt de doorstootregeling ervoor dat deze inkomsten niet in box 1 worden belast, omdat ze in aanmerking worden genomen als inkomen uit aanmerkelijk belang.

Het hof is van mening dat dit heffingsvacuüm expliciet is voorzien door de wetgever. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever zich bewust was van het feit dat de combinatie van de doorstootregeling en de partiële buitenlandse belastingplicht in internationale situaties kan leiden tot een situatie waarin Nederland geen belasting heft over deze inkomsten. Het hof acht dit echter in lijn met het doel en de systematiek van de wet. De wetgever heeft kennelijk bewust geaccepteerd dat deze samenloop in sommige gevallen tot een fiscaal gunstige uitkomst voor de belastingplichtige kan leiden.

Stel een vraag: 

1/1283
d5576808-8098-4d1f-805e-586cfb270f6c

Heffingsvacuüm door doorstootregeling en partiële buitenlandse belastingplicht

Heffingsvacuüm door doorstootregeling en partiële buitenlandse belastingplicht
1/1283