Een bestuurder van een bv is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering, inclusief de belastingaangiften. Wat als deze aangiften, ondanks herhaalde aanmaningen, niet worden ingediend? Kan de bestuurder dan strafrechtelijk worden aangemerkt als de pleger van het opzettelijk niet doen van aangifte vennootschapsbelasting?
Een directeur van twee bv’s heeft gedurende meerdere jaren (2011-2016) de aangiften vennootschapsbelasting voor zijn bv’s niet ingediend. Ook zijn eigen aangiften inkomstenbelasting en de administratie van de bv's zijn niet op orde. De Belastingdienst heeft herhaaldelijk uitnodigingen, herinneringen en aanmaningen verstuurd en zelfs ambtshalve aanslagen opgelegd. De directeur verklaart dat persoonlijke problemen hem belemmerden in zijn functioneren.
De AWR stelt het opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte strafbaar. De vraag is wie in zo'n geval als ‘pleger’ van dit delict moet worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke aangifteplicht rust op de vennootschap waaraan het aangiftebiljet is uitgereikt en op wiens belastingplicht de aangifte betrekking heeft. De verplichting tot het doen van aangifte ontstaat pas door de uitreiking van een aangiftebiljet. Dit betekent dat de vennootschap zelf de pleger is, niet de vertegenwoordiger of gemachtigde. De Hoge Raad merkt wel op dat andere artikelen van het Wetboek van Strafrecht mogelijkheden bieden om degene, die anders dan als pleger betrokken is bij het niet doen van aangifte, strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor die betrokkenheid.
Stel een vraag: